De Witte School
van Panhuysstraat 19
2203 JN Noordwijk
071-3615000
info@dewitteschool.nl
Contact & Route

Taal en spelling met de methode STAAL

Op onze school werken we met Veilig leren lezen in groep 3. 

In de groepen 4 t/m 7 werken we met de methode Staal. In het schooljaar 2017 en 2018 gaat ook groep 8 met 'Staal' werken.  

Wat uniek is aan deze taalmethode is dat de methode erg sterk is op visueel gebied. Zo maken we nu veel gebruik van filmpjes en realistische contexten en bronnen tijdens de taal- en spellingslessen. De kinderen en leerkrachten zijn hier enthousiast over.

Het motiveert en maakt het taalonderwijs levendig en interessant. Naast deze sterke visuele eigenschap, staan ook opbrengstgericht werken en toepassen centraal binnen de methode.

Tijdens de eerste weken van een thema doen de leerlingen kennis op. Deze kennis gaan ze in de laatste week van het thema toepassen in een presentatie of een product, waarbij veel creativiteit en fantasie bij komt kijken.

Er worden thema's gebruikt uit het dagelijks leven van de leerlingen, zoals bijvoorbeeld 'de nacht', 'het noodweer', 'het ziekenhuis' en 'Eskimo's'.

De eerste ervaringen met STAAL zijn erg positief. De kinderen zijn ontzettend gemotiveerd en ook de leerkrachten werken met veel plezier met de methode.

Categoriekaart >> regels <<



De AU plaat >> de au - rap <<



De EI plaat  >> de ei rap <<

  1. Hakwoord: Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.
  2. Zingwoord: Net als bij ding dong.
  3. Luchtwoord: Korte klank + cht met de ch van lucht behalve bij hij ligt, hij legt, hij zegt.
  4. Plankwoord: Daar mag geen g tussen.
  5. Eer-oor-eur woord: eer-woord, ik schrijf ee; oor-woord, ik schrijf oo; eur-woord, ik schrijf eu; eel-woord, ik schrijf ee.
  6. Aai-ooi-oei woord: Ik hoor de j, maar ik schrijf de i.
  7. Eeuw-ieuw woord: Ik denk aan de u.
  8. Langermaakwoord: Ik hoor een t aan het eind, dus langer maken. Ik hoor of ik d of t moet schrijven. Langermaakwoord (2): Eind-b rijtje, dus langer maken. Ik hoor dat ik een b moet schrijven.
  9. Voorvoegsel: Ik hoor de u, maar ik schrijf de e.
  10. Klankgroepenwoord: Klankgroep is… Laatste klank is …Dat is een 2-tekenklank of medeklinker, dan schrijf ik het woord zoals ik het hoor.  Dat is een korte klank, dan schrijf ik de … dubbel. Dat is een lange klank, dan gum ik een stukje van de … weg.
  11. Verkleinwoord: Grondwoord is … Dat is een … woord. Dan -je, -tje, -pje erachter. Ik hoor de u, maar ik schrijf de e.
  12. Achtervoegsel -ig: Ik hoor ug, maar ik schrijf ig. Achtervoegsel -lijk: Ik hoor luk, maar ik schrijf lijk.
  13. Kilowoord: Ik hoor de ie, maar ik schrijf de i.
  14. Komma-s woord: Eerst de komma, dan de s.
  15. Centwoord: Ik hoor de s, maar ik schrijf de c.
  16. Komma-s meervoud: Meervoud en lange klank aan het eind: komma s behalve bij ee.
  17. Politiewoord: Ik hoor tsie, maar ik schrijf tie.
  18. Colawoord: Ik hoor de k, maar ik schrijf de c.
  19. Tropisch woord: Ik hoor ies, maar ik schrijf isch.
  20. Taxiwoord: Ik hoor ks, maar ik schrijf x.
  21. Chefwoord: Ik hoor sj, maar ik schrijf ch.
  22. Theewoord: Ik hoor de t, maar ik schrijf th.
  23. Caféwoord: Met een streepje op de é.
  24. Cadeauwoord: Ik hoor oo, maar ik schrijf eau.
  25. Routewoord: Ik hoor oe, maar ik schrijf ou.
  26. Garagewoord: Ik hoor zj, maar ik schrijf g.
  27. Lollywoord: Ik schrijf de Griekse y.
  28. Tremawoord: Puntjes op de …